Zeven Konijntjes en een Grote Boze Wolf

 

Er waren eens zeven konijntjes. Ze woonden met hun ouders in een gezellig huis. Vader konijn was zeeman op de grote vaart en was regelmatig op zee. Ze konden hem zien en met hem praten, wanneer ze maar wilden, want overal in huis hingen grote schermen en webcam’s. Hier waren ze heel blij mee. Behalve als ze stout waren geweest, want dan deed moeder konijn het grootste scherm aan en zette het geluid heel hard. Vader konijn verscheen dan levensgroot in beeld en zijn berispende stem, denderde dan uit de speakers. Het videosysteem werd ook gebruik om op de konijntjes te passen. Zoals vandaag. Moeder konijn moest boodschappen doen, want de koelkast was weer eens leeg.

‘Jullie eten de oren nog eens van mijn hoofd’, zuchtte ze. ‘Ik blijf aan het boodschappen doen met jullie.’

Ze verzamelde de lege flessen en potjes in een krat, deed het krat samen met nog een paar boodschappentassen in haar helicar en ging weer naar binnen.

‘Voor niemand open doen hoor’, waarschuwde ze. ‘Ik heb mijn oppas app gestart. Ik kijk zo nu en dan even op mijn foon, maar als er iets is, moeten jullie het mij laten weten.’

De konijntjes beloofden het en moeder ging weg. Zodra de helicar uit het zicht was, pakte het oudste konijntje zijn foon.

‘Wat doe je?’, vroeg het jongste konijntje. ‘Ik ga de oppas app uitzetten’, grinnikte hij. ‘En even een video van ons uploaden. Zo lijkt het net of we aan ons huiswerk zitten en kunnen we net zo lang gamen als we willen.’

Zijn broertjes en zusjes begonnen te juichen. Allemaal, behalve de jongste. ‘Maar dat is toch niet eerlijk?’, zei hij. ‘Dat is jokken.’

De andere konijntjes lachten hem uit. ‘Eigen schuld’, zei zijn grote broer. ‘Dan moet ze ons maar niet verbieden om meer dan een uur per dag te spelen. Al mijn vrienden mogen zo lang gamen als ze zelf willen. Zo klaar! Als mam naar ons kijkt, ziet ze allemaal ijverige konijntjes. Kom, laten we gaan gamen!’

Ze hadden de console net gestart, toen er werd aangebeld. Mopperend switchte de oudste het scherm naar de buitencamera. Er stond een grote harige wolf.

‘Wie bent u? En wat wilt u?’, vroeg het konijntje.

‘Ik ben de grote boze wolf en ik wil jullie opeten’, antwoordde de wolf.

Het konijntje lachte spottend. ‘Je denkt toch niet dat ik de deur voor je open doe?’

‘Ik maakte maar een grapje’, zei de wolf. ‘Eigenlijk wil ik jullie de nieuwste games van Urbisoft verkopen.’

‘Die downloaden we’, antwoordde het konijntje. ‘Niemand wil tegenwoordig nog schijfjes kopen opa. We moeten een beetje aan het milieu denken. Waarom al die verpakkingen, als je het ook online kan kopen? Laat ons met rust! We willen gamen!’

Boos droop de wolf af. ‘Opa! Ik ben een wolf in de kracht van mijn leven!’

Hij pakte zijn foon en maakte een selfie. Tevreden keek hij naar het resultaat. Ineens begon hij te grijnzen. Hij had een idee! ‘Waar zit die fotobewerkings app’, mompelde hij. Hij bladerde door zijn apps. ‘Daar!’, gromde hij tevreden. Hij begon zijn selfie te editen. Na een tijdje knikte hij tevreden. ‘Precies mevrouw Konijn. Hier trappen ze vast wel in.’ De wolf ging terug naar het huis van de konijntjes. Hij hield zijn foon tegen de lens van de bewakingscamera en drukte op de bel.

‘Wie is daar’, klonk het uit de speaker. ‘Ik ben het, mama, ik ben mijn sleutel kwijt geraakt’, zei de wolf met een hoge stem. ‘Kijk maar op het scherm.’

De konijntjes begonnen te lachen. ‘Weet je, domme wolf,’ zei het oudste konijntje, ‘onze moeder heeft geen sleutel om de deur open te maken. Dat doet ze met haar foon. En volg een cursus fotobewerking. Die foto ziet er niet uit!’ De konijntjes schaterden het uit.

‘Ik zal jullie leren!’, brulde de boze wolf. ‘Wacht maar, er móet een manier zijn om binnen te komen!’

Hij zwaaide met zijn vuist naar de gesloten deur, draaide zich om en rende woedend weg. Na een tijdje stopte hij met rennen en begon hij te lopen. Al lopend dacht hij na. ‘Ik heb een security consultant nodig’, dacht hij. ‘Iemand die mij kan helpen binnen te komen. Als ze geen sleutel gebruiken, maar hun foon, dan gebruiken ze een toegangscode en als ik die code heb, dan kan ik naar binnen…’

De wolf pakte zijn foon. ‘Ok zoekel, waar kan ik de dichtsbijzijnde security consultant vinden?’ Zoekel liet een kaartje zien en startte de navigatie app. Het was een flink eind lopen, maar de wolf had het er voor over. De app leidde hem naar een groot kantoorgebouw midden in de stad. Een groot knipperend logo met de woorden ‘Security for All’  probeerde de aandacht van de voorbijgangers te trekken. De wolf ging naar binnen en liep naar de balie. Een vriendelijke receptioniste stond hem te woord.

‘Goedemiddag, wat kan ik voor u doen?’

‘Ik zoek een security consultant’, antwoordde de wolf.

‘Junior, Medior of Senior?’

‘Doe maar een Senior.’

‘Prima, een ogenblikje alstublieft. Gaat u zitten. Er komt zo iemand bij u. Koffie of thee kunt u uit de automaat halen.’

De wolf pakte een bekertje koffie en ging zitten. Na een kwartier gewacht te hebben, liep hij weer naar de balie. De receptioniste glimlachte vriendelijk naar hem.

‘Het duur niet lang meer hoor. Hij komt er zo aan. Senior consultants zijn schaars. En iedereen wil altijd de beste.’

De wolf knikte begrijpend en ging weer zitten. Een groot konijn stapte uit de lift en liep met uitgestrekte hand op hem af.

‘Goedemiddag! Loopt u maar met mij mee. We nemen de lift. Mijn kantoor bevindt zich op de bovenste etage. Prachtig uitzicht, maar nogal veel trappen.’

‘Als u het niet erg vindt, loop ik liever’, zei de wolf. Ik heb claustrofobie. Bovendien is lopen veel beter voor je gezondheid.’

‘Dan gaan we lopen’, zei het konijn. ‘Maar met de lift zijn we sneller, u begrijpt dat ik de tijd dat we aan het traplopen zijn moet factureren. Weet u wat, ik vraag even of er beneden een spreekkamer vrij is.’

Het konijn liep naar de balie, sprak met de receptioniste en kwam vrolijk kijkend terug.

‘Geregeld! Ik zie dat u al koffie heeft, ik nog niet. Momentje hoor.’

Nadat het konijn zijn koffie had gepakt, liepen ze samen naar de spreekkamer. Het konijn gebaarde naar een stoel en nam zelf plaats achter het bureau.

‘Vertelt u eens, wat kan ik voor u doen?’

‘Ik wil graag dat u de code kraakt van dit huis.’

De wolf pakte zijn foon en liet het huis van de zeven konijntjes zien.

‘Bent u uw code verloren?’, vroeg het konijn.

‘Nee’, antwoordde de wolf. ‘Er wonen zeven bijzonder smakelijk konijntjes en die wil ik opeten.’

‘WAT!’, brulde het konijn. ‘En u denkt dat ik u daarbij ga helpen? Ik ben security consultant. SECURITY. Weet u wat dat woord betekent?’

De wolf knikte.

‘Dan begrijpt u zeker ook wel waarom ik u niet ga helpen!’

Het konijn stond op en wilde naar de deur lopen, maar de wolf sprong overeind en hield hem tegen.

‘Jij gaat mij wél helpen. Anders eet ik je op!’

Geschrokken ging het konijn weer zitten. Hij nam een slokje koffie en dacht na.

‘U moet op yURtube kijken. Daar staan instructievideo’s voor mensen die de toegangscode van hun huis zijn kwijtgeraakt. Als ík het voor u doe, gaat het erg lang duren. U krijgt dan een hele hoge rekening én het duurt een flinke tijd voordat u de konijntjes kunt eten. Dit consult is gratis, maar ik moet nu weg. Drink rustig uw koffie op. U vindt uw weg naar buiten wel hè. Goedemiddag!’

Het konijn stond op en liep de spreekkamer uit. Dit keer hield de wolf hem niet tegen. Hij dronk zijn koffie op en liep naar buiten.

‘yURtube’, mompelde hij. ‘Dat ik daar zelf niet aan heb gedacht. Nog schappelijk dat hij er niets voor gerekend heeft.’

Hij ging naar huis en deed zijn computer aan. Na een uurtje wist hij genoeg.

‘Zo mijn lekkere hapjes’, grinnikte hij. ‘Ik kom er aan!’

‘De elektriciteit is uitgevallen.’ Boos stond het oudste konijntje op. Hij pakte zijn foon en keek op Kwetter. ‘Wat raar’, zei hij het lijkt wel of we de enige zijn die er last van hebben. ‘Ik stuur mama  even een berichtje om te zeggen dat we in orde zijn.’

‘Niet zo snel ventje’, brulde de wolf. Hij sprong te voorschijn en één voor één verslond hij alle konijntjes. Behalve de jongste. Het jongste konijntje had zich verstopt en de wolf was de tel kwijtgeraakt. Waggelend liep hij naar de bank en plofte neer. Hij liet een grote boer, ging liggen en viel in slaap. Het jongste konijntje kroop uit zijn schuilplaats en ging naar buiten. Gelukkig liep net de wijkagent langs en hij rende naar hem toe.

‘Help, help!’, riep hij. ‘Er zit een grote boze wolf bij mij thuis en hij heeft al mijn broertjes en zusjes opgegeten!’

De agent keek hem geërgerd aan. ‘Dat is geen leuk grapje jongeman. Agent zijn is een serieuze baan. Ik heb geen tijd voor grapjes.’ Hij keek nog eens boos naar het konijntje en liep door.

‘Maar het is geen grapje’, riep het konijntje hem na. ‘Was mama er maar, haar zou je wel geloven!’

Snikkend rende hij weg. Blind van de tranen botste hij tegen iemand aan.

‘Wat doe jij buiten?’, vroeg een bekende stem.

‘Mama!’, riep het konijntje uit. ‘De grote boze wolf heeft iedereen opgegeten en nu ligt hij bij ons op de bank te slapen.’

‘Wat!’, riep moeder konijn uit. ‘Waarom heb je de wijkagent niet gewaarschuwd?’

‘Dat heb ik gedaan, maar hij wilde niet naar me luisteren.’

Boos rende moeder konijn achter de agent aan. ‘Agent’, riep ze. ‘De grote boze wolf heeft mijn kinderen opgegeten.’

‘Mevrouwtje’, zei de agent ongeduldig. ‘U bent geen goed voorbeeld voor uw zoontje. U weet toch dat wolven geen konijnen meer eten. Sinds ze een bedreigde diersoort zijn, mogen ze dat niet meer.’

‘Maar deze heeft het toch gedaan’, huilde het kleine konijntje. ‘Ik was er bij maar ik kon mij verstoppen.’

De agent zuchtte. ‘Ok, ik loop wel even mee. Maar het kan beter geen grap zijn.’

Het huis van de konijntjes was niet ver weg en toen ze aankwamen hoorden ze een luid gesnurk.

‘Is dat uw man?’

‘Nee, mijn man is zeeman op de grote vaart en hij komt volgende maand pas thuis. Hij kan het niet zijn.’

De agent keek bedenkelijk. ‘Misschien is hij eerder teruggekomen’, zei hij hoopvol.

Moeder konijn keek hem boos aan. ‘Dan had ik het wel geweten! Ik ben bang dat het de grote boze wolf is.’

Voorzichtig gingen ze naar binnen en ja hoor. Daar lag de grote boze wolf. Hij lag op zijn rug en snurkte zo hard dat de ramen trilden. Moeder konijn gaf een gil.

‘Er beweegt iets in zijn buik! Mijn kinderen! Doe iets!’, riep ze tegen de agent.

De agent pakte zijn telefoon en begonnen te typen.

‘Dit is geen moment om te gaan texten, idioot!’ riep moeder konijn. ‘Schiet hem dood en snijd zijn buik open.’

De agent keek haar begripvol aan.

‘Dat zou ik wel willen mevrouwtje, maar hij behoort tot een bedreigde diersoort. Ik heb zojuist om een ambulance gevraagd. Hij wordt meegenomen en dan maken ze  in het ziekenhuis zijn buik open.’

De ambulance kwam met gillende sirene aanrijden. De wolf werd wakker en wilde opstaan, maar zijn buik was zo zwaar, dat hij weer op de bank plofte. Hij kreunde.

‘Teveel gegeten’, bracht hij met moeite uit.

Moeder konijn werd woest. ‘Ik doe je wat aan’, brulde ze.

‘Nee hoor, want ik ben een bedreigde diersoort’, grijnsde hij. ‘Dat kan de agent die naast je staat bevestigen, toch?’

De agent knikte. ‘Je hebt gelijk, maar dat betekent niet dat we de konijntjes in je buik laten zitten. Ze leven nog, want we zien ze bewegen.’

Twee verplegers kwamen binnen met een brancard. Ze tilden de wolf er met moeite op en droegen hem naar de ambulance.

‘Ik breng u wel even naar het ziekenhuis’, zei de agent tegen moeder konijn. ‘De kleine jongen mag ook mee.’

De operatie verliep voorspoedig en binnen niet al te lange tijd waren alle konijntjes weer bevrijdt. Ze werden eerst nog even gecontroleerd en toen mochten ze naar hun dolgelukkige moeder en broertje.

Die avond vertelden ze alles in geuren en kleuren aan hun vader. Om te vieren dat ze weer veilig thuis waren, aten ze worteltjesfriet. En de wolf? Die werd opgesloten in de gevangenis en toen hij vrij kwam heeft hij nooit meer konijn gegeten.