Witsnuitje en de Zeven Dwergkonijntjes

 

 

Vol zelfvertrouwen en met een gretige blik, pakte Lola haar tablet. Ze nam een slokje bubbeltjeswater en startte de front camera. Ze staarde even dromerig naar het scherm en tikte toen met haar vinger op de zoekbalk.

‘OK, Zoekel. Wie is het mooiste konijn van Fur?’

Ze leunde met gesloten ogen achterover en glimlachte. Ze wist wat Zoekel ging antwoorden. ‘U koningin’, fluisterde ze zachtjes.

‘Witsnuitje’, klonk het uit de tablet.

Ze schoot overeind. ‘Dat kan niet!’, riep ze uit. ‘Ok Zoekel, wie is het mooiste konijn van Fur?’, vroeg ze nog een keer.

‘Witsnuitje.’

Lola was buiten zichzelf van woede en schreeuwde: ‘Bodyguard, arresteer de Search Engine Optimizer en gooi hem over de rand.’

De bodyguard keek haar bezorgd aan. ‘Zou u dat nu wel doen?’, vroeg hij aarzelend. ‘Het is de laatste die u heeft. Iedere keer als er een zoekresultaat verschijnt dat u niet bevalt, laat u de SEO over de rand gooien. Waarom laat u Witsnuitje niet over de rand gooien?’

Lola dacht even na. ‘Je hebt gelijk’, zei ze. ‘Zoek Witsnuitje en gooi haar over de rand.’

De Bodyguard liep de troonzaal uit en pakte zijn foon.

‘OK, Zoekel. Waar kan ik Witsnuitje vinden?’

Op zijn scherm verscheen een kaartje met de locatie van Witsnuitje. Hij drukte op het navigatie icoontje en liet zich naar haar toe leiden. Witsnuitje had een kamer in de kelder van het het kasteel en het duurde dan ook niet lang voordat hij voor haar deur stond. Hij belde aan en na eventjes gewacht te hebben, werd er opengedaan door het mooiste konijntje dat hij ooit had gezien. Zijn snorharen begonnen te trillen en hij staarde haar schaapachtig aan.

Witsnuitje keek vriendelijk terug. ‘Wie bent u en waarom klopt u op mijn deur?’

‘Ik ben de Bbbodyguard vvvan de koningin. ZZZoekel vind je het mmmooiste konijn van heel Fur en nu moet ik je van de kkkkkoningin over de rand duwen’, stamelde hij.

Witsnuitje fronste haar wenkbrauwen. ‘Als dit een grapje is, vind ik het geen leuke. Ga weg! Engerd!’

Ze wilde de deur dichtdoen, maar hij stak zijn voet er tussen en keek Witsnuitje ernstig aan.

‘Je kan hier niet blijven, je moet vluchten! Ik zal de poort voor je open doen. Verstop je in het bos. Als de koningin er achterkomt dat ik je heb laten gaan, stuurt ze iemand anders achter je aan en die gooit je misschien wél over de rand.’

De Bodyguard bracht Witsnuitje naar de poort en keek haar na totdat ze in het bos was  verdwenen. Opgelucht ging hij terug naar het kasteel. Hij wist niet dat het bos ook bij Fur hoorde… Zijn telefoon ging over en hij keek op het display. Het werd gevuld door het mooie maar valse gezicht van Lola. Met tegenzin nam hij op.

‘En, is ze over de rand?’

Haar zachte koude stem deden de rillingen over zijn rug lopen.

‘Jawel koningin,’ antwoordde hij beleefd, ‘vanaf nu bent u weer het mooiste konijn van Fur.’

Lola hing op en lachte zachtjes. Ze schonk zichzelf een glas bubbeltjeswater in en pakte haar tablet. Liefkozend streek ze met haar vinger over de zoekbalk. ‘OK, Zoekel. Wie is het mooiste konijn in Fur?’

‘Binnen de poort bent u dat, maar Witsnuitje, die in het bos loopt is véél mooier dan u’, klonk het uit de tablet.

‘Die slappeling heeft haar laten ontsnappen! Ik had het kunnen weten!’, schreeuwde ze. ‘Als je wilt dat iets goed geregeld wordt, dan moet je het zelf doen!’

Woedend stormde ze de troonzaal uit. Ze stapte in de lift, drukte op de knop van de derde etage, stapte uit en rende naar haar kleedkamer. ‘Eens even kijken’, mompelde ze. ‘Welke kleding laat mij er het meest betrouwbaar uitzien…’ Ze koos een donkerblauw zakelijk mantelpakje met bijpassende tas en schoenen. Tevreden keek ze naar haar spiegelbeeld. ‘Arme Witsnuitje’, grinnikte ze.

Ze nam de lift naar de bovenste etage en stapte in haar helicar. Ze drukte op de startknop, maar er gebeurde niets. Boos drukte ze nog een keer op de startknop, maar het voertuigje steeg niet op. ‘Dan maar met de koets’, mopperde ze.

Inmiddels was Witsnuitje bij een hutje in het bos aangekomen. Ze had een hele tijd gelopen en ze was moe en hongerig. Ze klopte op de voordeur, maar er werd niet opengedaan. Even aarzelde ze. Toen pakte ze deurklink beet en duwde hem naar beneden. Tot haar grote opluchting ging de deur open.

‘Hallo is daar iemand?’, riep ze. Geen antwoord. Ze keek rond. In het midden van het hutje stond een grote tafel met zeven bordjes en zeven bekertjes. Op de bordjes lagen worteltjes en de bekertjes waren gevuld met worteltjesthee. Ze nam uit ieder bekertje een klein slokje en van ieder bordje pakte ze het kleinste worteltje. Nadat ze de worteltjes had opgegeten, ging ze verder op onderzoek uit. Ze vond een kamer met zeven bedjes. Witsnuitje was moe en stapte in het grootste bed.  Nog voor haar hoofd op het kussen lag, was ze in slaap gevallen.

‘Een inbreker’, zei Snufje. ‘Hij heeft aan ons eten en drinken gezeten en volgens mij is ie er nog.’ Hij liep naar de slaapkamer en bleef stomverbaasd staan.

‘Het is geen hij maar een zij en ze is heel erg mooi’, zei hij. ‘Ze ziet er in ieder geval niet gevaarlijk uit. Als ze wakker is, vragen we haar wat ze hier doet’.

De andere konijnen knikten instemmend.

‘Laten we eerst maar gaan eten.’

De dwergkonijntjes moesten lang wachten. Witsnuitje sliep tot de volgende ochtend en ze werd pas wakker toen haar maag begon te knorren. Slaperig keek ze om zich heen. Ze was helemaal vergeten waar ze was.

‘Goedemorgen’, zei Snufje. ‘Welkom in ons eenvoudige hutje. Wie ben je en wat doe je hier?’

De dwergkonijntjes luisterden aandachtig naar Witsnuitjes verhaal.

‘Wat een kreng is de koningin toch!’, zei Snufje. ‘Je mag bij ons blijven hoor.’

‘Dank jullie wel’, zei Witsnuitje. ‘Als jullie vanavond thuiskomen staat er een lekkere warme maaltijd voor jullie klaar en ik ga schoonmaken.’

Na het ontbijt maakten de dwergkonijntjes een bord, een beker en een bed voor haar. Ze waren graag bij Witsnuitje gebleven, maar ze moesten aan het werk.

‘Voor niemand open doen hoor!’, drukte Snufje haar op het hart. ‘Doe de deur maar op slot!’

De hele ochtend hield Witsnuitje de deur gesloten. Toen ze klaar was met opruimen vond ze het welletjes. De vuilnis moest naar buiten en ze wilde even luchten. Ze liep met de vuilnis naar buiten en wilde net weer naar binnen gaan, toen er een koets aankwam. De deur van de koets ging open en een vriendelijke dame stapte uit.

‘Goedemiddag’, zei ze. ‘Ik ben Lola. Heeft u misschien wat water voor mijn trekkonijnen? Ik ben vergeten water mee te nemen en ze hebben dorst.’

De trekkonijnen keken zielig voor zich uit. Witsnuitje had medelijden met ze. ‘Ik heb ook nog wel wat worteltjes voor ze hoor’, zei ze vriendelijk. ‘Een ogenblikje, ik ben zo terug’.

Lola lachte triomfantelijk. ‘Gansje’, zei ze zachtjes. ‘Op de vlucht en dan gewoon je zoekel locatie instelling op openbaar laten staan.’

‘Zei u iets?’, vroeg Witsnuitje. Ze stond in de deuropening van het huisje met het water en de worteltjes en keek haar bezoekster vriendelijk aan.

‘Nee hoor. Wat lief, dat je zo goed voor mijn konijnen zorgt. Om je te bedanken krijg je extra korting op mijn mooie smartphones. Hoe meer je er koopt, hoe meer korting. Mag ik even binnenkomen?’

Witsnuitjes gezicht betrok. ‘Ik weet niet of ik u wel binnen mag laten’, zei ze weifelend.

‘Natuurlijk wel!’, riep Lola. ‘Ik wil je bedanken, dan mag ik toch zeker wel binnenkomen! Woon je hier alleen?’

Witsnuitje schudde nee. ‘Ik woon hier met de zeven dwergkonijntjes en ik mag echt niemand binnenlaten.’

‘Luister eens even goed, jongedame’, zei Lola ongeduldig. ‘Zo’n buitenkansje krijg je niet snel weer hoor. De nieuwste smartphones bijna voor niets. Dat is toch een prachtig cadeau voor de dwergkonijntjes! Ik kan ze alleen niet in de regen uitpakken, dat snap je toch wel!’

‘Maar het regent niet’, zei Witsnuitje koppig.

‘Nog niet, maar mijn foon bliepte zojuist en dat betekent dat het ieder moment kan gaan regenen en dan gaan al mijn foons stuk. Maar goed, als je geen interesse hebt…’

Witsnuitje dacht snel na. ‘Ok’, zei ze. ‘Komt u binnen en laat mij maar zien wat u in de aanbieding heeft.’ Ze ging Lola voor en deed de deur dicht.

‘Kijk’, zei Lola. ‘Het nieuwste model Zwarte Bes’.

‘Een vierkante Zwarte Bes’, zei Witsnuitje verbaasd. ‘Nou ja zeg! Geen wonder dat je die in de aanbieding hebt. Wie wil dát nou hebben!’

Lola keek lelijk. ‘Ok, maar wat vind je dan van deze Appel?’

‘Te duur, appelbelasting hè, dat maakt het apparaat duurder dan het waard is.’

‘Powerbankje dan? Daarmee kan je van alles laden. Even in de zon en je kan je foon opladen.’

Verheugd stak Witsnuitje haar hand uit. ‘Wat een handig apparaat, wat kost….’

Witsnuitje zakte in elkaar. De powerbank was geen powerbank, maar een teaser. Niet zomaar een teaser, maar één met een gruwelijk hoog voltage. Gemeen lachend stak Lola de teaser in haar handtas.

‘Zo,’ zei ze tevreden, ‘ik ben weer het mooiste konijn van Fur.’ Ze stapte in de koets en reed weer terug naar het kasteel.

Toen de dwergkonijntjes thuiskwamen lag Witsnuitje op de grond. ‘Is ze dood?’, snufte Snifje huilend.

Snufje legde zijn oor op Witsnuitjes hart en kreeg een enorme schok. Geschrokken deinsde hij achteruit. ‘Nee, niet dood, wel buitenbewustzijn. Ik heb geen idee wat we moeten doen.’ Hij pakte zijn tablet en maakte een foto van haar.

‘OK, Zoekel, hoe kunnen we haar beter maken?’

Er kwamen zoveel zoekresultaten, dat ze er niets mee konden. Ze besloten Witsnuitje op haar bed te tillen en de resultaten te laten voor wat ze waren. De dwergkonijntjes hielden een paar dagen de wacht bij haar. Ze ontdekten bij toeval dat ze hun smartphones konden opladen door ze naast Witsnuitje te leggen en vanaf dat moment legden ze hun foon iedere avond naast haar in bed.

Dit ging weken achter elkaar zo door. Totdat er op een ochtend, op de deur van hun huisje werd geklopt.

‘Wie bent u en wat komt u doen?’, vroeg Snufje.

‘Ik ben Baloe’, antwoordde het konijn. ‘Ik ben verzet strijder. De koningin wilde mij laten arresteren en toen ben ik het bos ingevlucht. Helaas ben ik mijn zonnelader kwijtgeraakt en nu kan ik mijn foon niet meer opladen.

De dwergkonijntjes lieten hem binnen en brachten hem naar Witsnuitje.

‘Wat is er met dat beeldschone konijntje aan de hand?’, vroeg hij.

Ze vertelden hem wat er was gebeurd.

‘Het zou me niets verbazen als de koningin dit op haar geweten heeft’, zei hij.

De konijntjes knikten. ‘Dat denken wij ook. Ze is de enige met een koets en we hebben sporen van wagenwielen gezien’, vertelde Snufje. ‘Leg je foon maar naast haar neer. Wil je een kopje worteltjesthee? Je mag hier blijven hoor, we moeten aan het werk, maar vanavond zijn we weer terug.’

Baloe bedankte de dwergkonijntjes en zwaaide ze uit. Daarna maakte hij het zich gemakkelijk op de bank en viel in slaap. Tegen de avond werd hij wakker. Hij rekte zich uit en liep naar Witsnuitje om zijn foon op te halen. Zachtjes liep hij naar haar bed.

‘Wat ben je mooi’, fluisterde hij.

Witsnuitje opende haar ogen. ‘Dank je’, zei ze. ‘Maar wie ben jij? En waar zijn de Zeven Dwergkonijntjes?’

De voordeur sloeg dicht. ‘Daar zal je ze hebben’, zei Baloe. ‘Ik kom zo terug. Even het goede nieuws aan ze vertellen.’

Snel liep hij naar de dwergkonijntjes toe.

‘Wat is er aan de hand?’, vroeg Snufje. ‘Wat ben je gestrest. Is alles goed met je?’

Baloe knikte. ‘Ja hoor, meer dan goed. Ik wilde mijn foon bij Witsnuitje ophalen en toen werd ze wakker.’ Zijn snorharen begonnen te trillen.

‘Wat een goed nieuws!’, juichten de konijntjes. ‘Kom we gaan naar haar toe.’

Het was die avond groot feest. De dwergkonijntjes, die heel goed konden koken, maakten een enorm feestmaal. Tijdens het eten konden Baloe en Witsnuitje hun ogen niet van elkaar afhouden. ‘Planeet Ur voor Baloe en Witsnuitje’, grapte Snufje. ‘Landen graag, we gaan thee drinken.’

Baloe scheurde zijn blik los van Witsnuitje en keek Snufje aan.

‘Ik heb bericht gehad van de verzetsleider, zei hij. ‘Witsnuitje en ik kunnen niet meer door de koningin gevonden worden. Ze hebben iets met de systemen gedaan. Vraag me niet wat, ik ben een computer analfabeet, maar we zijn veilig. Ik wil vannacht nog terug naar Fur. De koningin wordt met de dag gemener en koning Langhaar moet gewaarschuwd worden. Hij is de enige die iets aan de situatie kan doen.’

‘Ik ga met je mee’, zei Witsnuitje vastberaden. ‘Dat kreng moet gestopt worden!’

Witsnuitje bedankte de dwergkonijntjes voor al hun goede zorgen en beloofde nog vaak op bezoek te komen. Daarna vertrok ze samen met Baloe naar Fur. Ze trouwden, leefden nog lang en gelukkig en samen met een heleboel andere konijnen, maakten ze een einde aan het terreurbewind van de boze koningin.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s