Roodsnuitje

 

 

Er was eens een eigenwijs konijntje, dat Roodsnuitje heette. Haar oma had een rode cape voor haar gemaakt, maar die vond ze zo lelijk, dat ze besloot het ding nooit te gaan dragen. In plaats daarvan bracht ze het kledingstuk naar haar favoriete kledingwinkel en ruilde ze de cape in voor een waardebon. De bon gebruikte ze bij de aankoop van een kort rood jasje. Het jasje paste goed bij haar nieuwste low waist spijkerbroek en ze was bijzonder tevreden met haar nieuwste aanwinst. Dit jaar waren staartjes hot. Mochten ze verleden jaar nog absoluut niet zichtbaar zijn, dit jaar had Urstad gedicteerd dat de staartjes vooral uit de broeken moesten steken. Op straat zag je overal gekleurde staartjes, de een nog fluffier dan de andere. Er waren ook punk staartjes en gothic staartjes. De punk staartjes waren stekelig en hadden alle kleuren van de regenboog. De gothic staartjes waren zwart, versiert met kraaltjes in de vorm van bloeddruppeltjes. Roodsnuitje volgde de mode op de voet en op school was ze een echte trendsetter. De meeste meisjes van haar klas namen haar stijl één op één over, hoewel sommigen diep in hun hart liever iets anders aan hadden getrokken.

Thuisgekomen, maakte ze een selfie voor de spiegel en poste ze de foto op Instanijn. Net toen ze de binnenstromende reacties wilde gaan lezen, kreeg ze een  berichtje van haar moeder. Mopperend liep ze naar de keuken. Haar oma was ziek en Roodsnuitjes moeder had geen tijd om haar te bezoeken. Er stond een boodschappentas in de keuken en die moest ze naar haar oma brengen.

‘Wat een spuuglelijke tas is dat’, mopperde ze. ‘De kleuren passen totaal niet bij mijn outfit.’

Ze pakte de tas op en zuchtte. De tas was niet alleen lelijk, hij was nog zwaar ook. Ze nam de tas mee naar de hal en deed haar nieuwe rode jasje aan. Ze bekeek zichzelf nog een keer in de spiegel, pakte de tas op en ging op weg.

Eenmaal buiten, vond ze het niet vervelend meer. Haar oma maakte lelijke capes, maar het was wel haar lievelingsoma en als ze haar kon helpen, dan deed ze dat graag. Ze stapte op haar fiets en baande zich een weg door het drukke verkeer.

Haar oma woonde buiten de stad in het bos. Project ontwikkelaars probeerden haar al jaren uit haar huisje te krijgen. Sommigen hadden haar heel veel geld geboden, anderen hadden haar bedreigd, maar niemand had haar zover gekregen, dat ze ging verhuizen. Zelfs de grote boze wolf niet. De grote boze wolf woonde net als oma in het bos. Hij was dol op konijnen, maar dan op de culinaire manier. Zolang je op het pad bleef kon je niets gebeuren, maar zodra je van het pad afweek liep je als konijn grote kans door hem verzwolgen te worden. Roodsnuitje was niet bang voor de boze wolf. Ze ging nooit over het pad naar haar oma toe. Ze had een mountainbike en ze vond het leuk om door het bos te crossen. Alle keren dat ze in haar eentje naar haar oma was gefietst was ze van het pad afgeweken en niet één keer was ze de wolf tegengekomen.

Ook vandaag was ze van plan om eens lekker door het bos te gaan raggen. Nadat ze een tijdje op weg was, kreeg ze genoeg van de muziek die ze luisterde. Ze wilde genieten van de geluiden van de natuur en ze deed haar koptelefoon in haar rugzak.

‘Hallo lief konijntje.’

Roodsnuitje schrok. Voor haar stond een grote langharige wolf. Hij schudde zijn lange haren naar achteren en leunde nonchalant tegen een boom.

‘Wat een coole outfit’, dacht Roodsnuitje. ‘Die moet ik onthouden.’ Ze pakte haar foon.

‘Mag ik een foto van je maken?’, vroeg ze.

De wolf grinnikte vals. ‘Ga je gang. Ik ben nog nooit gefotografeerd door mijn diner.’

Roodsnuitje keek hem brutaal aan. ‘Wel, iemand moet de eerste zijn, maar dat van dat diner kan je schudden. Trouwens, zo cool vind ik je stijl nou ook weer niet hoor en als je het niet erg vindt, dan ga ik er weer vandoor. Mijn oma is ziek en ik moet naar haar toe. Tot nooit weer ziens.’

Ze stapte op haar fiets, maar de wolf ging voor haar staan.

‘Sorry, maar ik heb echt trek. Het is niet persoonlijk hoor, maar…..’. De wolf brulde het uit. Roodsnuitje had pepperspray in zijn ogen gespoten en ze reed zo snel als ze kon naar haar oma. Ze durfde niet te stoppen om haar foon te pakken. Pas toen ze een flink eind gefietst had, stopte ze en haalde ze haar foon tevoorschijn. Opgelucht haalde ze adem. Ze was dichterbij haar oma dan ze dacht. Met de foon in haar hand fietste ze verder en niet veel later zag ze de lichten van haar oma’s huisje door de bomen schijnen.

Ze zette haar fiets tegen de dikke eikenboom en klopte op de deur van oma’s huisje.

‘Binnen.’

‘Wat klinkt oma’s stem zwaar, die is behoorlijk verkouden’, dacht Roodsnuitje. Ze ging naar binnen, ruimde de boodschappen op en liep met een flesje vers geperste sinaasappelsap naar haar oma’s slaapkamer.

‘Hoi oma, wat een narigheid hè, je ziet er behoorlijk ziek uit. Wat zien je ogen rood en wat tranen ze. Zo verkouden heb ik je nog nooit gezien en dan je stem! Hij klinkt gewoon een paar octaven lager. Hier, neem maar een lekkere slok sinaasappelsap.’

‘Dat is lief van je kind, maar ik heb geen trek in sinaasappelsap’, bromde oma.

Roodsnuitje keek haar oma verbaasd aan. ‘Geen sinaasappelsap? Zelfs als je niet ziek bent, ben je er dol op. Ze keek nog eens goed naar haar oma. Ze lag helemaal onder de dekens, Roodsnuitje kon alleen haar ogen zien en die zagen er heel vreemd uit…

‘Wil je mijn kussens even opschudden?’, vroeg oma.

‘Ja hoor oma.’ Ze liep naar haar oma toe en boog over haar heen. Plotseling schoot oma overeind.

‘Jij bent oma helemaal niet’, riep Roodsnuitje uit.

De wolf grijnsde, sperde zijn kaken wijd open en slokte Roodsnuitje in één grote hap naar binnen. De wolf, die ook oma al had opgegeten ging weer in bed liggen.

‘Niets lekkerder dan uitbuiken na een zware maaltijd’, bromde hij. Hij viel in slaap en snurkte oorverdovend.

Roodsnuitje pakte haar foon en deed haar zaklamp aan. Tot haar grote verbazing zag ze dat haar oma ook in de buik van de wolf zat. Oma knikte vriendelijk naar haar.

‘Hallo kind. Wat een toestand hè. Ik begon me net wat beter te voelen. Ach wat lief, je hebt sinaasappelsap voor me meegenomen. Dat had je niet hoeven doen hoor.’

Oma pakte het flesje sinaasappelsap uit Roodsnuitjes hand, maakte het open en nam een flinke slok.

‘Hè, dat was lekker.’  Ze veegde haar mond schoon met de rug van haar hand. ‘Nu nog een manier om hier uit te komen. Heb jij een idee?’

Roodsnuitje schudde haar hoofd. ‘Nee, maar ik zoekel wel even.’ Ze typte ‘Hoe kom ik uit de buik van de grote boze wolf.’ Oma had prima Wifi, maar het bereik in de wolf was niet zo best. Daarom duurde het even voordat de zoekresultaten binnenkwamen. Ongeduldig drukte Roodsnuitje een paar keer op refresh.

‘Doe maar niet kind’, zei oma. ‘Zo gaat je batterij eerder leeg. Doe je zaklamp ook maar uit. Zolang we in de wolf zitten kunnen we je foon niet opladen. Jammer dat de wolf mijn tablet niet heeft opgegeten. Mijn nieuwe tablet is echt geweldig. Ik kan hem wel twee dagen intensief gebruiken en dan is mijn batterij nog niet leeg.’

Roodsnuitje deed haar zaklamp app uit en keek op haar foon. ‘Volgens Zoekel moeten we de boswachter waarschuwen.’

‘Dat is een goed idee’, vond oma. ‘Stuur hem maar een berichtje.’

‘Heb jij zijn nummer?’, vroeg Roodsnuitje.

‘Nee, maar wel zijn email adres. Geef je foon maar even. Dan type ik het adres in. Zal ik meteen het mailtje maken?’

Roodsnuitje knikte en gaf haar foon aan oma.

‘Zo klaar. Nu maar hopen dat hij snel reageert’, zei oma.

De foon piepte en het schermpje lichtte op.

‘Dat is snel’, zei oma. ‘Wat schrijft hij?’

‘Hij neemt contact op met de dierenbescherming. De wolf is een beschermde diersoort en hij durft hem niet open te maken.’

‘Is hij nou helemaal’, riep oma uit. ‘Geef me je foon.’

Ze pakte de telefoon uit Roodsnuitjes handen en begon boos te typen. Even later piepte de telefoon voor de tweede keer. Oma keek op het schermpje. Ze knikte tevreden.

‘Hij komt er aan.’

‘En dan?’

‘Geen idee, maar hij is in ieder geval onderweg.’

De jager was onderweg naar het huis van oma. Hij had een appje gestuurd naar de dierenbescherming, maar hij had nog steeds geen antwoord gekregen. Hij zat een beetje met de situatie in zijn maag. Hij mocht oma graag en Roodsnuitje ook. Eigenlijk wilde hij ze het liefst meteen redden, maar zoveel grote boze wolven waren er niet meer. Eerst maar eens praten met de wolf. Misschien was hij wel voor reden vatbaar en spuugde hij oma en Roodsnuitje gewoon weer uit. Probleem opgelost.

Inmiddels was hij vlak bij het huisje. De wolf snurkte zo hard, dat hij hem vanaf een afstand kon horen. Dat beloofde niet veel goeds. Waarschijnlijk lag hij uit te buiken in oma’s bed. Hopelijk was hij niet te laat. De jager stond voor het huisje van oma en probeerde de voordeur. Op slot. Met de kolf van zijn geweer sloeg hij het keukenraam in en ging naar binnen. Het gesnurk kwam van boven, dus liep hij de trap op. Voorzichtig deed hij de deur open en daar lag de wolf. De wolf was in diepe slaap. Er liep een straaltje kwijl uit zijn grijnzende snuit. De jager fronste zijn wenkbrauwen. Die ligt gewoon nog na te genieten…. Dat wordt een moeilijk gesprek. Gelukkig heb ik recentelijk nog een communicatietraining gehad. Nooit gedacht dat ik die training nodig zou hebben om een wolf op andere gedachten te brengen. Laat ik hem eerst maar eens voorzichtig wakker proberen te maken.’

De jager schudde zachtjes aan de wolf. De wolf werd wakker en keek de jager verrast aan.

‘Nog meer voedsel’, grinnikte hij en voordat de jager één woord kon uitbrengen, zat hij naast oma en Roodsnuitje in de buik van de grote boze wolf.

‘Dat is niet erg handig van  je, jongen’, zei oma. ‘Maar goed, gedane zaken nemen geen keer. Heb je al iets gehoord van de dierenbescherming?’

De jager pakte zijn foon en bladerde door zijn berichten. ‘Ze zijn nog aan het overleggen.’

‘Ze zijn nog aan het overleggen?’, brieste oma. ‘Waarom?’

‘Omdat dit type wolf een bedreigde diersoort is.’ De jager keek ongelukkig. ‘Ik ben er ook niet blij mee hoor. Ik ben boswachter geworden, omdat ik claustrofobie heb en nu zit ik in een krappe donkere ruimte.’

‘Daar ga ik dan even iets aan doen’, zei oma. ‘Bij deze verklaar ik ons ook tot bedreigde diersoort. Drie konijnen in de buik van een wolf. Als er drie dieren bedreigd worden, dan zijn wij het wel!’

Ze griste het jagersmes van zijn riem en sneed de buik van de wolf open. Eén voor één stapten ze naar buiten. De wolf greep naar zijn buik en begon te kreunen. Gelukkig was hij zo diep in slaap dat hij er niets van merkte.

‘Daar krijgt u last mee hoor’, zei de jager.

‘Welnee’, zei oma. Ze liep naar haar kledingkast en pakte haar naaidoos. Eens even kijken,… Ja, deze kleur garen, die lijkt het meest op de kleur van zijn vacht.’

Ze deed haar leesbril op en stak de draad door het oog van de naald. Ze maakte een knoopje aan het draadje en stak de naald door de wolf. De wolf werd brullend wakker. Roodsnuitje gaf hem een harde klap op zijn hoofd. Oma knikte goedkeurend.

‘Goed zo kind, die wordt voorlopig niet wakker.’

Oma naaide de wolf helemaal dicht en smeerde een flinke laag betadine zalf op de wond.

‘Zo, die is klaar. Breng hem maar terug naar het bos,’ zei ze tegen de boswachter. ‘Ik heb nog een oude smartphone over. Zo weten we altijd waar hij zich bevindt en als hij nog last van zijn buik heeft, kan hij de dokter bellen. Het nummer staat er in.’

Samen met Roodsnuitje tilde de boswachter de wolf in oma’s kruiwagen en bracht hem thuis. De wolf kreunde zachtjes en deed zijn ogen open. ‘Jij? Hoe kan dat, ik heb je toch opgegeten?’

De jager knikte. ‘Dat was niet zo’n goed idee hè. Misschien moet je maar vegetariër worden.’

‘Dat probeer ik al een tijdje. Maar soms heb ik een zwak moment.’ De wolf keek naar zijn buik en schrok. ‘Wat een snee! Ik zie er niet uit! Hoe kan ik mij met goed fatsoen op het strand vertonen! Ik heb de hele winter mijn six pack getraint! Allemaal voor niets! Wie heeft dat gedaan? Jij soms?’

De jager deinsde geschrokken achteruit en schudde zijn hoofd. ‘De oma van Roodsnuitje heeft het gedaan. Ik heb haar nog gevraagd het niet te doen, maar ze wilde niet luisteren.’

‘Daar gaat ze meer van horen!’, brulde de Wolf. ‘Ik bel mijn advocaat. Ik doe haar een proces aan. Ze gaat betalen voor een goede plastische chirurg!’

‘Zou je dat nu wel doen? Per slot van rekening heb je ons wel opgegeten..’

‘Ik ben een wolf. Die éten konijnen. Daar kom ik heus wel mee weg hoor.’

Strompelend liep hij naar zijn telefoon en toetste het nummer van zijn advocaat in. ‘Jack, met mij, je raadt nooit wat me is overkomen….’

De boswachter trok de deur achter zich dicht en vertrok. Zijn telefoon piepte en hij stopte om het berichtje te lezen. ‘Je mag oma en Roodsnuitje redden’, las hij. Grinnikend stopte hij zijn foon weg. ‘Eind goed al goed’, dacht hij. ‘Tijd om naar huis te gaan.’

Hoe het verder ging? De advocaat van de grote boze wolf raadde hem af om een proces te beginnen. De wolf gaf hem gelijk en is een echte vegetariër geworden. Oma woont nog steeds in haar huisje. Ze is een fotoblog begonnen met vegetarische recepten, waar de wolf dankbaar gebruik van maakt. En Roodsnuitje? Die fietst tegenwoordig toch maar over het pad. Je weet maar nooit….

Advertenties