De fotomagiër week 11

Tags

, , , , , ,

‘Nou, dat weten we dan ook weer. Op Karel hoeven we niet te rekenen.’ Ze hing haar jas op de kapstok en zuchtte. ‘Wat doen we nu?’

Luuk haalde zijn schouders op. ‘Laten we vanmiddag maar even rust nemen. Vanavond komt André en dan gaan we met z’n allen nog eens goed over de situatie nadenken. Wie weet krijgt één van ons een idee. Ik ga even boodschappen doen, er is bijna niets meer in huis en met een gevulde maag is het een stuk beter nadenken.’

Jenny glimlachte vermoeid. ‘Het spijt me dat ik niet mee kan betalen. Wist ik maar waar mijn ouders waren, dan kon ik geld van ze lenen.’

‘Geld boeit nu even niet Jen. We moeten die Flip stoppen, maar ik heb geen idee hoe. Zolang hij vrij rondloopt lopen jullie serieus gevaar. Niet opendoen als er aangebeld wordt hoor. Laat Rat maar opendoen.’

Hij keek naar de huiskamer en riep: ‘Rat, heb jij nog wat nodig van de super?’

‘Nee dank je’, riep Rat terug. ‘En ik hoorde wat je zei over de deur. Als de bel gaat doe ik open.’

‘Dat is dan geregeld’, grijnsde Luuk. ‘Tot zo dame!’

‘Tot zo!’

Jenny liep de huiskamer in en keek door het raam naar buiten. Timmy had een sneeuwpop gemaakt en trok de sneeuwpop op de slee door de tuin. Hij genoot en Jenny en Rat genoten met hem mee.

‘Wat heerlijk om hem zo te zien. De vergetelheid was een verschrikkelijke omgeving. Donker, somber, maar een heel klein beetje licht en nooit frisse lucht. Het voelde alsof je was opgesloten in een kartonnen doos met een kijkgaatje. Je weet wel, zo’n kijkdoos. Alleen keek je niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten.’ Ze rilde. ‘En de mensen… Het waren net zombies. Ik weet niet wat ik erger vond. Het apathische gestaar of het zachte gejammer. Ik heb me voor Timmy altijd groot gehouden. Ik probeerde me net als thuis te gedragen. We deden spelletjes en we zongen samen liedjes. Eigenlijk mocht je niet zingen in de vergetelheid, maar we zongen heel zachtjes.’

Ze wilde nog meer zeggen maar de bel ging. Rat verstijfde en liep gespannen naar de deur. Hij keek door het spionnetje naar buiten en haalde opgelucht adem. Het was André.

‘Sorry dat ik er nu al ben, maar ik heb vanmiddag vrij genomen. Ik kan me niet concentreren. Ik moet steeds maar aan die Flip denken. Ik heb mijn vrouw en dochter ook meegenomen. Mijn vrouw wil jullie graag ontmoeten en onze dochter durven we niet alleen thuis te laten.’

‘Kom binnen. Luuk is even naar de supermarkt. Hij komt zo terug. Zal ik jullie jassen aanpakken?’

Alle volwassenen zaten aan de eettafel. Luuk was terug van de supermarkt en Jenny had thee gezet. De kinderen speelden buiten in de sneeuw. Ze gingen zo op in hun spel dat ze hun bekertje warme chocolademelk onaangeroerd op de tuintafel lieten staan. Er zat een gaatje in de schutting. En door dat gaatje loerde Flip naar de kinderen. Genietend opende hij zijn foto app en plaatste de lens van zijn mobiel op het gaatje. ‘Cheese’, fluisterde hij. Er klonk een zachte klik. De kinderen hadden niets in de gaten en terwijl ze vrolijk aan het spelen waren, was Flip onderweg naar huis.

‘Ik moet weer naar hem toe. Er zit niets anders op. Als ik zijn computer laat crashen, kan hij voorlopig geen nieuwe slachtoffers maken.’

Annie trok wit weg. ‘Maar wat nu als hij je door heeft? En hij heeft toch ook een fotobewerkingsprogramma op zijn telefoon? Ik vind het geen goed idee.’

‘Het is het enige dat ik kan bedenken. Heeft iemand anders een idee?’

Er werd aangebeld. Geschrokken keken ze in de richting van de voordeur.

‘Ik verwacht helemaal niemand’, fluisterde Luuk. ‘Ik denk dat we beter niet open kunnen doen.’

‘Er werd nu een paar keer hard op de bel gedrukt. ‘Politie, doe open!’

Luuk keek naar Rat. ‘Heb jij iets gedaan dat je beter niet had kunnen doen?’

Rat schudde zijn hoofd.

Er werd op de deur gebonsd. ‘Doe open, politie!’

Luuk stond op en keek door het spionnetje. Er stonden twee agenten voor de deur.

Een van de twee wilde weer op de deur bonzen, maar Luuk deed de deur open en de vuist van de agent bleef in de lucht hangen.

‘Bent u Luuk de Boer?’

Luuk knikte.

‘Dan willen wij u graag meenemen voor verhoor.’

‘Waarom?’

‘De agent die u vier jaar geleden heeft gearresteerd is vermist en volgens een tipgever bent u gezien in het gezelschap van zijn vriendin, die samen met haar zoontje ook wordt vermist. Vanochtend werd hij door haar gebeld vanuit dit huis. Ze hadden een afspraak, maar hij is daar nooit aangekomen.’

‘We hebben vanochtend tot 12:00 uur op hem gewacht. Jenny wilde hem spreken.’

‘Dat klopt agent.’ Jenny was naar de deur gelopen en keek de agent aan. Ik weet zeker dat hij niets met de verdwijning van Karel te maken heeft, want ik was de hele tijd bij hem.’

De agenten keken Jenny bevreemd aan. ‘Ik denk dat u ook maar even mee moet komen mevrouw.’

‘Maar Timmy dan?’

‘Is uw zoon hier ook?’

Jenny knikte.

‘Waar dan?’

‘Hij speelt in de tuin. Samen met een vriendinnetje.’

‘Neem hem maar mee. Het kan wel even gaan duren.’

Jenny liep naar binnen en keek in de tuin. Ze verstijfde en werd spierwit. ‘Timmy is weg’, stamelde ze, ‘en het meisje ook.’

‘Uw zoon is toch niet in de tuin? Waar is hij dan wel?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Dat weet u niet?’

‘Trek uw jas aan. We gaan naar het buro, daar kunnen we u verder helpen.’

Ze liep de gang in. Alles wat ze hoorde leek van ver te komen. Wazig voor zich uit starend pakte ze haar jas van de kapstok en volgde ze de agent naar de politieauto. Luuk was al ingestapt.

‘De kinderen zijn verdwenen’, fluisterde ze in Luuk’s oor. Toen kon ze zich niet meer goed houden en ze snikte het uit.

week 11-01-011721453637..jpg

Advertenties

Nog drie afleveringen…

Tags

, , , , , , , , ,

Nog drie afleveringen, dan is het feuilleton “De fotomagiër” klaar. Twee afleveringen moet ik nog redigeren en het slot moet ik nog schrijven. Ik vind een feuilleton schrijven erg leuk. Het is ook een goede stok achter de deur om iedere week met een vervolg te komen. Dat ben je verplicht aan je lezers.

Mijn feuilleton post ik ook op Schrijverspunt. Zo komt “De fotomagiër” iedere week gedurende minstens een dag, maar vaak ook twee- of een enkele keer drie dagen in de spotlights, waardoor je meer kans hebt dat je werk gelezen wordt.

Als het feuilleton klaar is maak ik er een ebook van. Het wordt een gratis ebook. De cover heb ik al gemaakt.

En dan…. Dan wordt het weer tijd voor een ander verhaal. Ik zit te denken aan een toneelstuk. Dat heb ik nog nooit gedaan. Het zou wat zijn als het ooit wordt uitgevoerd 🙂

Fijn weekend!

fotomagier cover epub1789902514..jpg

De fotomagiër week 10

Tags

, , , , , ,

‘Flip, jongen, hoe gaat het met je? Tijd niets van je gehoord, ik dacht al dat je er mee opgehouden was. Wat heb je deze keer voor ons?’ Karel van der Genugten nam een slok koffie en leunde achterover in zijn bureaustoel. Als Flip belde, betekende dat scoren. Hij was een veel geprezen informant, die al heel wat vermissingen tot een goed einde had weten te brengen. Geen idee hoe hij het deed, daar was hij een beetje geheimzinnig over, maar zolang er vermiste mensen terugkwamen, boeide dat niet.

‘Dit keer heb ik een vraag, geen oplossing.’

‘Wat wil je weten?’

‘Herinner jij je de verdwijning van die vrouw met dat jongetje vier jaar geleden? Zij heette Jenny en het jochie heette Timmy.

Er viel een stilte aan de andere kant van de lijn.

‘Ben je er nog?’

‘Ja.’ Karel’s stem klonk afwezig en ook een beetje droevig. ‘Zij was mijn vriendin en hij was mijn zoon. Waarom wil je dat weten?’

Nu viel er een stilte aan de kant van Flip. Dat had hij niet verwacht, maar toch wilde hij een foto van Jenny en Timmy en dus zei hij:

‘Volgens mij heb ik ze gezien, maar ik heb geen foto van ze en zoals je weet heb ik een foto van het slachtoffer nodig, anders kan ik mijn werk niet doen. Heb jij een foto die ik lenen kan? Het liefst digitaal.’

‘Ik heb geen digitale foto van ze en ik mag je geen foto’s uit het dossier meegeven. Ik kan je het dossier wel laten zien. Als je nu komt kan je er meteen naar kijken. Over een uurtje heb ik een afspraak en de rest van de dag ben ik druk.’

‘Ik kom er aan. Tot zo.’

Flip hing op en kleedde zich snel aan. Hij stapte op zijn fiets en reed naar het politiebureau.

 

‘Ik ga hem bellen.’ Jenny pakte de telefoon. Ook zij had slecht geslapen. Eigenlijk wilde ze Karel helemaal niet zien, maar wie weet kon hij helpen en ze moesten iedere mogelijkheid benutten.

‘Goedemorgen, politiebureau centrum, wat kan ik voor u doen?’

‘Ik wil Karel van der Genugten spreken.’

‘Een ogenblikje alstublieft.’

Jenny hoorde een muziekje en toen een klik.

‘Sorry mevrouw, hij is in gesprek. Wilt u wachten?’

‘Nee, ik bel straks wel terug.’

Jenny hing op. ‘Als hij aan de lijn is kan hij uren bellen.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Ik probeer straks nog wel. Ik ga eerst even kijken of Timmy al wakker is en daarna gaan we aankleden.’

 

‘Hallo Flip, fijn je weer te zien. Kopje Rooibosthee?’

Flip knikte vriendelijk. ‘Heb je het dossier?’

Karel knikte en keek Flip hoopvol aan. ‘Denk je echt dat ze het zijn?’

Flip wilde antwoord geven maar de telefoon ging.

‘Jenny? Ben je het echt? Hoe is het met je? Hoe is het met Timmy?’

‘Dat is een heel verhaal. Ik heb je heel wat te vertellen Karel, maar niet over de telefoon. Kunnen we ergens afspreken?’

‘Natuurlijk. Wat dacht je van ons oude stekje?’

‘Prima. Om 11:00 uur?’

‘Oke. Tot zo.’ Karel hing op en keek Flip stralend aan.

‘Ik heb een afspraak met Jenny, bij “De Baron.” ‘Sorry, maar ik moet weg.’

‘Ik begrijp het, laat me weten hoe het ging. Het lijkt er op dat je mijn hulp niet meer nodig heb’, grinnikte Flip. ‘Fijn makker. Tot ziens!’ Hij stond op en ging weg.

 

Eenmaal op straat maakte de vriendelijke glimlach op Flip’s gezicht, plaats voor een keiharde blik en terwijl hij half rennend, door de foto’s van zijn telefoon bladerde, herhaalde hij in zijn hoofd steeds één gedachte. Geen getuigen, geen getuigen, geen getuigen.

 

‘Waar blijft hij? Hij zou toch meteen komen?’ Luuk keek voor de zoveelste keer door het raam naar buiten.

‘Typisch Karel. Zelfs nu is hij te laat. Ik ben nota bene vier jaar vermist geweest. Die vent verandert nooit. Als hij er om half twaalf nog niet is, gaan we naar huis.’

‘Ach, wie weet heeft hij pech. Hij kan toch een goede reden hebben? Een half uurtje is niet lang hoor. Ik stel voor dat we tot twaalf uur wachten. Als hij er dan nog niet is gaan we naar huis.’

‘Wat jij wilt.’ Ze nam een slok koffie en keek op haar horloge. ‘Het is half twaalf. Die komt niet meer hoor.’

 

Flip hield Jenny en Luuk van achter zijn krant in de gaten. Nadat hij Karel had laten verdwijnen, was hij meteen naar “De Baron” gegaan. Het was een nette verwijdering geweest. Geen bloed. Niet bij Karel. Jammer dat het zo had moeten lopen. Misschien kon hij Karel’s verwijdering weer ongedaan maken als hij Jenny en Timmy weer naar de vergetelheid had gestuurd. Hij wenkte de serveerster, bestelde nog een kop koffie en betaalde. Als Jenny en die vent weggingen moest hij ze direct kunnen volgen.

 

‘Het is twaalf uur. Kom we gaan.’ Jenny stond op en trok haar jas aan.

‘Toch klopt er iets niet. Ik voel het gewoon.’ Hij keek het café rond. Zijn blik viel op een man die in een hoekje achter zijn krant zat. Een onbehaaglijk gevoel bekroop hem en hij huiverde.

‘Wat is er?’

‘Ik weet het niet. Zal wel iets zijn van vroeger. Ik had even het gevoel dat die vent achter de krant ons in de gaten hield. Het zal wel niets zijn.’

‘Anders loop je toch even naar hem toe? Of zal ik even gaan?’

‘Nee, het is mooi geweest. We gaan naar huis.’

 

Flip zag ze vertrekken. Hij wachtte tot Luuk de deur van het cafe had gesloten en legde toen snel zijn krant weg. Hij stond op, griste zijn jas mee en haastte zich naar de deur. Hij stapte naar buiten en keek rond. Even dacht hij dat hij ze kwijt was, maar toen grijnsde hij. Daar liepen ze. Nog even, dan had hij alles weer onder controle. Hij trok zijn jas aan begon ze te volgen.

 

‘Timmy!’ Ik had nog zo gezegd dat je binnen moest blijven!’ Jenny rende naar het jongetje toe. ‘Je weet toch hoe gevaarlijk het is om alleen buiten te spelen?’

‘Maar ik was niet alleen. Rat was bij me, maar hij moest plassen.’

‘En dan jou alleen laten.’ Ze keek Luuk woedend aan. Hij haalde verontschuldigend zijn schouders op. ‘Als je moet dan moet je.’

 

Flip keek toe vanaf de hoek van de straat. Hij glimlachte vals. Dit kan niet veel mooier. Zie je wel… Mijn geluk begint terug te keren. Alleen nog even een fotootje maken. Hij haalde zijn telefoon uit zijn broekzak.

 

‘Leeg! Stomme telefoon. Hartstikke leeg!’

Zijn vingers graaide in zijn zak, op zoek naar zijn powerbank, maar hij had hem niet bij zich. Woedend draaide hij zich om en begon naar huis te lopen.

‘Ik kom terug!’, siste hij. ‘Reken maar dat ik terug kom en dan verdwijnen jullie allemaal! Allemaal!’

week 10236928665..jpg

De fotomagiër week 9

Tags

, , , , , ,

‘Heb je Cognac?’ Jenny keek Luuk vragend aan. Ze had het tourniquet losgemaakt en Rat voorzichtig naar de bank geleid. Hij trilde over zijn hele lijf en viel meer op de bank, dan dat hij er op ging zitten.

Luuk knikte. ‘Ik schenk wel even een glas voor hem in. Ga maar naast hem zitten.’

Jenny ging naast Rat zitten en keek naar de vloer. ‘Neem ook een emmer en een dweil mee. Dan maak ik de vloer wel schoon.’

‘Laat maar, als Rat zijn cognac heeft, ruim ik het wel op.’

 

‘Gaat het een beetje?’ Jenny keek Rat bezorgd aan. Zijn handen hadden zo getrild dat ze hem had moeten helpen bij het drinken. Pas na een paar stevige slokken en een hoestbui had hij zijn glas zelf kunnen vasthouden. Hij staarde strak voor zich uit en sipte met grote regelmaat van zijn drankje. Hij gaf geen antwoord. Jenny liet hem maar en keek naar Luuk, die druk aan het dweilen was.

‘Gelukkig heb je geen houten vloer. Dan was het helemaal in de naden getrokken.’ Rat trok even met zijn oog, maar staarde nog steeds voor zich uit.

‘Daar weet ik alles van.’ Luuk hield op met dweilen en keek haar aan. ‘Flip heeft onze baas stukje bij beetje laten verdwijnen. Gruwelijk was het. Het gekrijs zal ik nooit meer vergeten. Toen hij eindelijk uit zijn lijden was verlost hebben Rat en ik de rommel opgeruimd. Het gebeurde bij Rat thuis en Rat heeft wel een houten vloer. Toch Rat?’

Rat knikte. Hij staarde niet meer voor zich uit. De cognac had zijn werk gedaan en hij kwam langzaam weer een beetje bij. ‘Ik dacht dat hij mij ook uit ging gummen’, zei hij zacht. ‘Ik heb vandaag onderzoek gedaan in de bibliotheek en toen ik naar mijn been keek, dacht ik dat hij me op een of andere manier door had en dat hij mij ook uit ging gummen. Waar is Timmy eigenlijk?’

Jenny schrok en keek om zich heen. Het jongetje was er niet.

‘Misschien in de tuin?’, opperde André. Hij had het hele tafereel van een afstandje bekeken en stond met een lijkbleek gezicht toe te kijken hoe Luuk de plavuizen aan het dweilen was.

Jenny holde naar de achterdeur. ‘Daar is ie ook niet’, jammerde ze. In blinde paniek rende ze naar de voordeur en deed de deur open. Timmy was in de sneeuw aan het spelen. Ze holde op haar sokken naar buiten en pakte hem op. Met haar andere hand pakte ze de slee. Zo snel als ze kon rende ze met Timmy en de slee weer naar binnen. ‘Wil je dat nooit meer doen’, schreeuwde ze. ‘Wie weet wat er was gebeurd als Flip je had gevonden. Je moet bij mama blijven.’

Timmy begon te huilen. ‘Ik wilde alleen maar spelen’, snikte hij. ‘De sneeuw is zo mooi en de slee is zo leuk.’

‘Dat begrijp ik wel’, suste Jenny. Ze was inmiddels een beetje bijgekomen van de schrik. ‘Maar toch mag je niet in je eentje naar buiten. Dat is gevaarlijk. Beloof je dat nooit meer te doen?’

Het jochie knikte.

‘Eerst aan mama vragen of het mag goed?’

‘Zal ik doen mama, gaan we nu eten?’

 

De friet en de snacks waren koud geworden. Luuk had alles in een grote schaal in de oven gedaan, maar het was er niet lekkerder op geworden. Niet dat het uitmaakte. Na wat er gebeurd was had alleen Timmy trek. Toch waren ze allemaal aan tafel gegaan. Ook Rat. Het ging een stuk beter met hem. Hij zag alleen nog behoorlijk wit, maar dat weten ze aan het bloedverlies.

‘We moeten hem stoppen.’ André keek ze een voor een aan. ‘Ik ben al bezig, maar ik kan jullie hulp goed gebruiken. Niemand weet wat er met mij is gebeurd, behalve mijn vrouw en nu jullie. Dat is zijn sterke punt. Als je terugkomt kan je aan niemand vertellen wat er met je is gebeurd. Wie gelooft je?’

Jenny knikte. ‘Ik ken het gevoel. Net als Rat en Luuk. Flip is verschrikkelijk. Hij is wreed en gevoelloos. Hij moet gestopt worden. Rat heeft vandaag de oude kranten doorgespit in de bibliotheek, om te kijken of er berichten zijn van verdwenen mensen die weer teruggekomen zijn.’ Ze keek Rat aan. ‘Heb je wat gevonden Rat?’

Rat knikte. ‘Ja, maar niet iets waar we wat aan hebben. Ik heb namen en woonplaatsen, maar geen adressen. Ik denk dat die mensen niet gevonden willen worden. Als wij ze kunnen vinden, kan Flip dat ook.’

André zuchtte. ‘Ach, dan zullen we het met dit kleine groepje moeten doen. Ik ben allang blij dat ik er niet meer alleen voor sta. Als er iets met mij gebeurd, kunnen jullie mijn werk afmaken.’

‘Timmy’s vader werkt bij de politie.’

‘Wat zeg je nou? Hoe heet hij?’ Luuk keek Jenny geschrokken aan.

‘Je hoeft niet te schrikken, tenzij je iets op je geweten hebt.’ Ze glimlachte. ‘Hij heet Karel van der Genugten.’

‘Maar dat is toch die agent die jou gepakt heeft’, riep Rat uit.

Luuk knikte.

‘Ben jij een boef?’ Timmy keek Luuk verbaasd aan. ‘Maar jij hebt geen zwarte bal aan je been en je hebt een slee. Nee hoor, jij bent geen boef.’

‘Je hebt gelijk Timmy. Ik was een boef, maar nu niet meer en daarom hebben ze de bal van mijn been gehaald en hebben ze mij een slee gegeven.’

Het jochie knikte begrijpend. ‘Mag ik weer met de puzzel? Ik heb geen honger meer.’

‘Jij gaat naar bed Timmy, het is de hoogste tijd.’ Jenny stond op en liep naar hem toe.

‘Maar ik wil nog niet naar bed.’

‘Kom, dan mag je op mijn rug naar boven.’ Luuk ging van tafel. Hij draaide zijn rug naar Timmy toe en zakte door zijn knieën. Het jochie sprong op zijn rug.

‘Goed vasthouden hoor.’ Luuk rechte zijn rug en bracht hem naar boven.

‘Mag ik morgen weer op je rug?’

‘Als je lief gaat slapen.’

‘En mag ik dan ook weer sleeën?’

‘Als het van je moeder mag.’

Jenny, die achter ze aan gelopen was, glimlachte flauwtjes. ‘Alleen in de achtertuin Timmy, niet op straat.’

 

‘Zo, hij ligt er in.’ Jenny ging weer aan tafel zitten. ‘Nog voor zijn hoofd het kussen raakte sliep hij al. Ik stel voor dat we in het vervolg praten als hij er niet bij is. Hij is pas drie. Straks praat hij zijn mond voorbij en komen we in de problemen. Ik wil ook niet dat hij iets opvangt dat hij niet begrijpt. Dan maakt hij zich zorgen.’

‘Prima hoor’, zei Luuk. De anderen knikten instemmend.

‘Over zorgen maken. Ik stuur even een berichtje naar mijn vrouw. Dan weet ze dat ik nog steeds hier ben.

 

Nadat André zijn vrouw had ingelicht, deed hij zijn telefoon in zijn broekzak. Hij keek Jenny aan. ‘Dus jouw man is politie agent? Maar wat doe je dan hier? En waarom ben je dan niet thuis?’

‘Ik ben niet getrouwd met Timmy’s vader. Rat heeft mij en Timmy gevonden in een bushokje tijdens een sneeuwstorm. Luuk’s huis was dichterbij dan dat van hem en daarom heeft hij ons naar Luuk gebracht. Als Rat ons niet gevonden had, waren we doodgevroren. Toen we verdwenen hadden we zomerkleding aan. Ik heb geen identiteit meer en dus geen huis, geen bankrekening en geen auto. We zijn vier jaar weggeweest.’

André keek haar geschokt aan. ‘Vier jaar? Maar dan is het een wonder dat hij jullie terug heeft laten gaan. Normaalgesproken stuurt hij niemand terug die zolang weg is geweest. Als Flip beseft wat hij heeft gedaan, lopen jullie groot gevaar!’

 

Ik moet ze vinden… Flip staarde uit het raam. Hij maakte zich zorgen. Hij had slecht geslapen. De hele nacht had hij liggen woelen. Uiteindelijk was hij in een droomloze onrustige slaap gevallen, maar hij was nog steeds moe. Hij liep van het raam naar zijn computer.  ‘Dat jochie gaat veel te veel opvallen. Vier jaar weg en niet groter geworden’, mompelde hij. ‘Ik moet wat doen.’ Hij pakte zijn telefoon en belde het politiebureau.

‘Met Flip van der Bilt, is Karel van der Genugten aanwezig?’

week 91394343482..jpg

De fotomagiër week 8

Tags

, , , , ,

De thermostaat van Flips verwarming gaf 25 graden aan, maar toch had hij het koud. Flip stond op en schonk zichzelf een beker hete thee in. Hij sloeg zijn handen om de mok en staarde voor zich uit. De monteur was niet gekomen en hij wist nog steeds niet wat er met zijn computer aan de hand was. Zouden er nog meer foto’s verdwijnen? Wat nu als hij zijn magie kwijt was? Stel dat de verdwenenen plotseling terug zouden komen. Wat zouden ze doen? Naar de politie? Of het recht in eigen hand nemen, omdat de politie hen niet zou geloven? Hij stond op en liep naar zijn computer. Staande scrolde hij door zijn foto’s. Het waren er veel, heel veel. Misschien moest hij maar niet wachten op die monteur en al zijn foto’s gewoon maar weggooien en permanent verwijderen. Dan konden de verdwenenen nooit meer terug. Maar dan was hij ook zijn koninkrijk kwijt. Nee, dat nooit. Hij, Flip, was heer en meester over de vergetelheid en dat zou altijd zo blijven. Zijn magie kwijt raken. Hoe kwam hij er bij. Hij grijnsde maniakaal en ging achter zijn computer zitten. Hij streelde de randen van zijn scherm. Daarna pakte hij zijn muis en kuste het apparaatje met zijn vlezige, vochtige lippen.

‘Mijn computertje, mompelde hij zachtjes, mijn lieve computertje. Jij laat mij nooit in de steek, jij bent er altijd voor mij. Wat zullen we eens gaan doen?’

Hij bladerde door zijn foto’s. ‘Kijk, daar heb je die twee crimineeltjes. Zal ik ze toch maar laten verdwijnen? Of een klein stukje van ze?’ Hij maakte een cirkel om de voet van Rat.

‘Volgens mij heb ik nog een slee in de schuur.’ Luuk stond op en liep naar de achterdeur. Er lag zoveel sneeuw voor dat het hem moeite kostte om de deur open te maken. Eenmaal in de tuin zakte hij tot aan zijn knieën in de sneeuw. Hij ploeterde naar de schuur en veegde zo goed en zo kwaad als het ging de sneeuw voor de schuurdeur weg. Hij maakte de deur open en ging naar binnen.

‘Waar blijft hij toch?’ Jenny tuurde gespannen de tuin in. Luuk was inmiddels een half uur in de schuur. Wat nou als Flip… Ze verwijderde het kaartje van haar nieuwe sneeuwlaarzen en trok ze aan. Ze wilde net naar buiten lopen, toen Luuk triomfantelijk met een schop en een slee de schuur uitkwam. Hij maakte een paadje van de schuur naar de achterdeur en zette de slee rechtop tegen de buitenmuur.

‘Wat bleef je lang weg.’

‘Het touw van de slee was kapot, maar ik had nog ergens een ander touw. Het duurde even voor ik het vond en toen moest ik het nog aan de slee vastmaken. Zullen we zo gaan? Dan zijn we terug voordat Rat komt. Hij blijft ook eten. Ik ben benieuwd wat hij te weten is gekomen.’

‘Anders ik wel. Kom Timmy trek je jas aan, dan help ik je met je laarzen.’

‘Dat kan ik zelf.’

Jenny en Luuk glimlachte tegelijkertijd om zijn kordate gezichtje.

‘Waarom lachen jullie? Kijk maar, ik kan het best.’ Hij trok zijn jas en zijn laarzen aan en keek ze triomfantelijk aan.

‘Heel knap hoor, wil je ook zelf de slee trekken?’, vroeg Luuk plagend.

Het ventje schudde zijn hoofd. ‘Maar ik wil wel in de sneeuw met de slee.’

‘Geen sprake van’, zei Jenny. ‘Straks maakt die enge meneer een foto van je en laat hij je verdwijnen.’

‘Rustig maar Jenny’, suste Luuk. ‘We zijn er toch bij. Kom we gaan.’

Timmy genoot van het ritje op de slee. Zijn ogen glansden en zijn wangen hadden een gezonde rode kleur.

‘Ik wil geen friet, ik wil op de slee’

‘Jij wil misschien geen friet, maar wij hebben trek mannetje’, grinnikte Luuk, ‘We zijn zo klaar, dan mag je weer op de slee.’

Ze waren snel aan de beurt. Met een kleur van plezier op zijn wangen ging Timmy weer op de slee zitten. Luuk en Jenny genoten van zijn blije gezichtje. Op dit moment voelden ze geen dreiging. Er was alleen maar het nu en het nu was fijn. Een prachtige sneeuwwitte wereld en een blij kind op een slee. Ze werden gevolgd, maar ze merkten het niet. De man liep achter ze aan tot ze thuis waren. Toen ze naar binnen waren gegaan, pakte hij zijn telefoon en noteerde de straat en het huisnummer.

‘Waar is de friet?’ Annie wilde nog meer zeggen, maar stopte toen ze het lijkbleke gezicht van haar man zag. ‘Wat is er gebeurd?’

‘Ik heb twee mensen uit de vergetelheid gezien. Een moeder en een klein jongetje.’

‘Weet je zeker dat je ze kende?’

‘Ja, heel zeker.’

‘Maar waarom heb je geen friet?’

‘Omdat ze eerder aan de beurt waren dan ik en ik ze naar huis ben gevolgd. Ze wonen hier vlakbij. Ik wil ze spreken, maar ik wil eerst even nadenken over wat ik tegen ze zeggen wil. Ik kan toch moeilijk aanbellen en zeggen: ‘Hallo ik ben André, ook teruggekomen uit de vergetelheid mag ik even binnenkomen?’

Hij begon nerveus te lachen. ‘Wat moet ik tegen ze zeggen Annie? Wil ik er eigenlijk wel naar toe? Wat heeft het voor zin? Straks heb ik ze toch niet goed herkend en zijn ze het niet.’

Annie ging zitten en dacht na. ‘Vraag ze of ze iemand kennen die Flip van der Bilt heet. Als ze ja zeggen of schrikken, kan je jezelf voorstellen. Ik denk dat het belangrijk is dat je contact met ze maakt. Geen idee waarom. Het is een onderbuik gevoel.’

André gaf haar een kus. ‘Dank Lieverd. Ik ga meteen. Sorry van de friet.’ Hij stoof de deur uit.

‘Waar gaat papa naar toe? Gaan we al eten?’

‘Papa moet nog even weg.’

‘Dus we eten ook geen friet?’ Het meisje zette boos haar handen in haar zij.

‘Jawel, mama gaat zo even halen. Niet de deur opendoen als er wordt aangebeld.’

‘Daar zal je Rat hebben.’ Luuk stond op en liep naar de voordeur om open te doen. Voor hem stond een onbekende man met een bril.

‘Goedenavond. Mag ik u wat vragen?’

‘We gaan zo eten. Andere keer graag.’

‘Het is een korte vraag. Kent u Flip van der Bilt?’

Luuk verstarde.

‘Ik zie aan uw gezicht dat de naam u iets zegt. Mag ik binnenkomen?’

‘Wie is dat’, klonk Jenny’s stem.

‘Iemand die wil weten of ik Flip van der Bilt ken.’

Jenny liep naar de voordeur. De man bij de deur keek haar aan.

‘Ik heb je gezien in de vergetelheid. Je had een klein jongetje bij je. Mag ik binnenkomen? Het is ijskoud buiten en ik denk dat we een heleboel te bepraten hebben.’

‘Natuurlijk’, zei Jenny. ‘Kom verder.’

‘Hoe weet je dat het geen truc van Flip is?’ Luuk blokkeerde de voordeur met zijn rug en keek Jenny doordringend aan.’

‘Flip werkt alleen en de man ziet er uit alsof hij zojuist een geest heeft gezien. Bovendien komt hij mij bekend voor en iedere medestrijder tegen Flip is welkom.’

Luuk stapte weg bij de deur en liet André binnen.

‘Fijn dank u wel.’ André stampte de sneeuw van zijn schoenen en wachtte totdat Luuk en Jenny hem voorgingen naar de huiskamer. De bel ging voor de tweede keer. Dit keer was het wel de Rat.

‘Wie is dat?’ Rat keek vragend van André naar Luuk.

‘Dat is André, net als Jenny en Timmy ook terug uit de vergetelheid.’

André stond op en stak zijn hand uit om Rat een hand te geven. Rat liep naar hem toe, maar ineens zakte hij door zijn been. Hij keek naar de grond om te zien wat er aan de hand was en begon te gillen. Zijn voet was verdwenen en zijn bloed spoot met grote kracht uit zijn onderbeen. Jenny rukte het tafellaken van de eettafel en bond zo snel als ze kon Rat’s been af.

‘Sta daar niet te staan’, brulde ze. ‘Help dat laken strak trekken.’

André en Luuk pakte allebei een kant en trokken zo hard als ze konden. De bloeding stopte. Rat’s stomp drupte nog een beetje en toen stopte het bloeden helemaal.

‘Wat moet ik doen?’, jammerde Rat. ‘Ik moet naar het ziekenhuis, maar hoe kan ik uitleggen wat er is gebeurd?’

‘Toch maar niet’, grinnikte Flip. ‘Beter dat er nu even geen vreemde dingen gebeuren.’ Hij keek naar de foto en maakte zijn laatste bewerking ongedaan. In de huiskamer van Luuk zagen ze Rat’s voet terugkomen. Als Rat niet met een afgebonden been midden in een bloedplas had gestaan, hadden ze kunnen denken dat ze het zich verbeeld hadden. Maar behalve dat Rat in een bloedplas stond, was de hele huiskamer doordrongen van een penetrante ijzer geur.

week 8