Hoofdstuk 2. Solaria

De eerste blik op Solaria zou Kokkie nooit vergeten. Het was de mooiste stad, die ze ooit had gezien. In een azuurblauw meer zweefden prachtige gebouwen. De wanden van de gebouwen waren gedrapeerd met beeldschone bloementuinen en op de platte daken stonden grote glanzende kunstbloemen, die met hun grote bladen de zon leken te volgen.

‘Mooi he!’, zei Bernard trots.

Kokkie knikte. Ze was er stil van.

‘Zoals je ziet, ligt Solaria in het water’, vertelde Bernard. ‘Daarom hebben we allemaal een catamaran. Die daar is van mij’, wees hij. ‘Kom, dan breng ik jullie naar Gwendolyn.’

‘Wie is dat?’, vroeg Droid.

‘De vrouw van Jacques, denk ik’, antwoordde Kokkie

Bernard knikte. ‘Zal ik u helpen instappen?’, vroeg hij, terwijl hij galant zijn hand uit stak.

Kokkie glimlachte en pakte zijn hand. ‘Je mag wel jij zeggen hoor. Wil je mijn robotje ook helpen? Hij kan niet zulke grote stappen maken en vliegen kan hij niet.’

Bernard stuurde behendig door de waterstraten. Het was druk, maar er heerste een gemoedelijke sfeer. Kokkie keek haar ogen uit. Er was zoveel te zien. De ene catamaran was nog fraaier dan de andere, de bloemen op de gebouwen waren van dichtbij nog mooier, de winkeltjes waar ze langskwamen lagen vol met dingen die Kokkie nog nooit had gezien, passerende konijnen zwaaiden vriendelijk en Kokkie zwaaide vrolijk terug. Ze vond Smur geweldig!

‘We zijn er!’ Bernard stopte voor een klein huisje. Kokkie keek verbaasd.

‘Wonen Jacques en Gwendolyn niet in een paleis?’, vroeg ze.

Bernard schudde zijn hoofd. Zijn oren flapperden grappig heen en weer. ‘Nee, in Smur krijgt iedereen, wat nodig is. Grote gezinnen krijgen een groot huis en kleine gezinnen een klein huis. Jacques en Gwendolyn willen hier geen uitzondering op zijn en hebben er voor gekozen om ook in een klein huis te wonen.’

Bernard hielp Kokkie en Droid uit de boot. Ze gingen het huisje binnen en keken nieuwsgierig rond.

‘Goedemiddag, Bernard’, zei een vriendelijke stem. De stem hoorde bij een beeldschoon konijntje met prachtige blauwe ogen. ‘Wie heb je naar mij toegebracht? Nee maar, dat is Kokkie!, riep ze verbaasd uit. ‘Wat doe jij hier? Je moet een grote reis hebben gemaakt om hier te komen. O, waar zijn mijn manieren, ik vergeet mijzelf voor te stellen. Ik ben Gwendolyn.’ Ze liep naar Kokkie toe en gaf haar een hand. Kokkie schudde haar hand en lachte vriendelijk naar haar.

‘Zo te horen hoef ik mij niet aan jóu voor te stellen’,  zei ze lachend. ‘Het was inderdaad een lange reis, maar mijn reis is nog niet afgelopen. Ik ben op zoek naar Jacques en volgens Bernard ben jij de enige die weet waar hij is.’

Gwendolyn knikte. ‘Dat klopt’, zei ze. ‘Ik weet waar hij is, maar hij is moelijk te bereiken. Hij maakt een veldtrip in één van de meest onherbergzame gebieden van Smur. Maar kan ik je misschien helpen? Als Jacques er niet is, neem ik zijn zaken voor hem waar.’

‘Weet je wat’, zei Kokkie. ‘Ik vertel je wat er aan de hand is en dan kan jij besluiten of Jacques ingelicht moet worden of niet.’

‘Goed idee’, vond Gwendolyn. ‘Bernard, wil jij Kokkie meenemen naar de woonkamer, dan kom ik zo met de thee.’

De woonkamer was klein, maar gezellig en de stoelen die er stonden waren comfortabel. Kokkie ging zitten en keek nieuwsgierig rond.

‘Kokkie’, kraakte Droid. ‘Al dat water in Smur maakt me krakerig. Mag ik een beetje olie?’ Kokkie haalde een schroevendraaier en een flesje olie uit haar rugzak.

‘Wat ga je doen?’,  vroeg Bernard verbaasd.

‘Droid olie geven. Hij kraakt een beetje’, antwoordde Kokkie.

‘Heeft hij veel olie nodig?’ vroeg Bernard belangstellend.

‘Normaal gesproken niet, maar dit is een vochtige omgeving en dan heeft hij wat meer nodig.’

Gwendolyn kwam binnen met de thee. Ze zette een schaal met koekjes op de salontafel en schonk iedereen een kopje thee in. Kokkie gaf Droid een beetje olie en schroefde hem dicht. Nadat ze haar spullen weer terug had gedaan in haar rugzak en een slokje thee had genomen, begon ze te vertellen.

Hoe meer ze vertelde, hoe donkerder de blik op Gwendolyn’s snuitje werd.

‘Dat is niet zo mooi!’, zei ze. Ze stond op en begon te ijsberen. Na een tijdje ging ze weer zitten. ‘Jacques moet dit weten’, zei ze. ‘Jim is nog een grotere engerd, dan ik dacht. Die arme bevolking! Straks verdrinken ze allemaal! En dan dat ruimteschip, wat moeten die aliens met onze worteltjes? Nee, hier ga ik niet alleen over beslissen. We gaan naar Jacques!’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s