Hoofdstuk 1. Op weg naar Smur

Kokkie hield het dashboard van de helicar nauwlettend in de gaten. Het brandstofmetertje stond erg laag, maar gelukkig waren ze er bijna. Ze was van plan net buiten Smur te landen, want de Smurianen hielden niet van helicars en ze wilde een goeie indruk maken.

‘Heb je je veiligheidsriem om, Droid?’, vroeg Kokkie. Het robotje knikte.

‘Dan kunnen we landen.’

Ze zette het voertuigje aan de grond en ze stapten uit.

‘Is het nog ver?’, wilde Droid weten.

Kokkie pakte haar foon en startte “Konijn op Reis”. ‘Nog een uurtje lopen, dan zijn we bij de grens van Smur.’ Ze keek bezorgd naar Droid’s wieltjes. ‘Kan jij hier wel lopen? Raken je wielen niet verstopt door de modder?’

Het robotje lachte krassend. ‘Nee hoor, dat is één van de voordelen van oud zijn. De oude exemplaren hebben zand- en moddervaste wielen. De nieuwe niet.’

‘Gelukkig’, zei Kokkie opgelucht. ‘Ik was al bang, dat ik je moest dragen.’

Het robotje rolde een stukje door de modder. ‘Zie je hoe snel ik kan?’

Kokkie glimlachte. ‘Dat gaat inderdaad heel goed. Kom, we gaan. Ik wil voor donker bij Jacques zijn. Als we de grens over zijn, moeten we hem nog vinden.’

‘Zal ik een muziekje spelen?’, vroeg Droid.

‘Nee, doe maar niet’, antwoordde Kokkie. ‘We moeten nog een flink stuk lopen en we moeten zuinig zijn op je batterijen.’

‘Dan laad je ze toch op. Je hebt zonnecellen in je rugzak!’

‘De zonnecellen in mijn rugzak zijn niet krachtig genoeg om jouw batterijen op te laden. Ik kan ze pas weer opladen als we bij Jacques zijn’, legde Kokkie uit.

‘Wat nou als we mijn batterijen niét bij Jacques op kunnen laden?’, vroeg Droid verschrikt.

‘In het ergste geval ga je uit en dan vervang ik ze’, antwoordde Kokkie. ‘Voorlopig hoef je je geen zorgen te maken hoor, ik heb een heleboel batterijen van Greg meegekregen en Jacques heeft vast wel een laadpunt. Je moet alleen zuiniger zijn met je energie, omdat je door de modder rolt.’

Droid rolde stilletjes naast Kokkie verder.

‘Waarom ben je zo stil, Droid?’, vroeg ze na een tijdje.

‘Ik bespaar energie’, zei het robotje boos. ‘En nu niets meer aan mij vragen, totdat we de modder uit zijn. Anders moet ik praten en dan gaan mijn batterijen sneller leeg!’

Kokkie lachte. ‘Ik zal niets meer vragen hoor. Hé kijk! In de verte zie ik water. Volgens mij zijn we dicht bij Smur.’

Kokkie had gelijk. Na een klein kwartiertje lopen, stonden ze aan de rand van een groot water. In het water lag een bootje, dat met een touw aan een steiger was vastgemaakt. Kokkie keek eens in het rond. Niemand te zien. Nergens een bordje. Ze startte “Konijn op Reis”.

‘Volgens de app moeten we dit water oversteken’, zei ze bezorgd. ‘Ik denk dat we het bootje maar moeten gebruiken.’

‘Mag dat wel?’, vroeg Droid.

‘Geen idee. Maar we moeten naar Jacques en dit is de enige manier’, antwoordde Kokkie. ‘Ik til je wel in de boot.’

‘Je moet me niet laten vallen hoor. Als ik in het water val, ga ik stuk’, kraakte hij angstig.

Kokkie knikte hem geruststellend toe. ‘Geen zorgen hoor, het komt goed’, zei ze vriendelijk. Ze pakte het robotje op en tilde hem in de boot. Daarna stapte ze zelf in. Het bootje schommelde vervaarlijk heen en weer. Droid kraakte angstig, maar voordat hij iets kon zeggen, lag het bootje al weer stil. Kokkie deed haar rugzak af, startte haar navigatie app, pakte de roeispanen en begon te roeien.

‘Ik zie land, Kokkie’, zei Droid na een tijdje.

‘Gelukkig’, hijgde Kokkie. ‘Ik begin behoorlijk moe te worden.’

‘Zal ik roeien?’, vroeg Droid.

‘Kan je dat dan?’

‘Nee, maar ik kan het toch proberen?’

‘Doe maar niet’, zei Kokkie. ‘Straks laat je een roeispaan in het water vallen en ik kan wel roeien, maar niet zwemmen. Ik neem wel even pauze.’

Ze legde de roeispanen weg, schonk een bekertje worteltjesthee in en pakte haar foon.

‘Kijk nou!’, riep Kokkie uit. ‘Ik heb bereik! Dat geloof je toch niet! Ik ga Langhaar bellen.’

Ze bladerde door haar contacten en tikte met haar vinger op Langhaar’s foto.

‘Hij gaat over!’, fluisterde ze, onnodig op haar foon wijzend.

‘Hallo Kokkie.’ Langhaar’s stem klonk als muziek in haar oren. ‘Hoe gaat het met je? En waar ben je?’

‘Op het water, vlak bij Smur.’

Ze bracht snel verslag uit en toen was het Langhaar’s beurt om te vertellen.

‘Dus daar zijn al die worteltjes naar toe gegaan!’, zei Kokkie boos. Ze wilde nog meer zeggen, maar Droid tikte op haar arm.

‘Kokkie, Kokkie! Er komt een boot aan.’

‘Waar?’, vroeg Kokkie. Ze draaide zich om. Het bootje schommelde weer heftig heen en weer.

‘Pas nou toch op!’, riep Droid geschrokken uit. ‘Straks slaan we nog om!’

‘Welnee, zo snel gebeurd dat niet.’ Ze speurde het water af. ‘Je hebt gelijk Droid, ik zie hem ook. Ik moet ophangen Lang, er komt een boot aan. Hopelijk worden we in Smur anders ontvangen dan in Fur en Blur.’

Langhaar drukte haar op het hart voorzichtig te zijn en hing op.

Nadat Kokkie haar beker had teruggedaan, roeide ze naar de grote boot. De boot kwam snel dichterbij en maakte grote golven. Het kleine bootje van Kokkie en Droid deinde heftig op en neer.

‘IDENTIFICEER!’, schalde het over het water. ‘WIE ZIJN JULLIE EN WAT KOMEN JULLIE DOEN?’

‘Oh nee, niet wéér’, kreunde Kokkie. ‘Waarom worden we nou nooit eens vríendelijk ontvangen in een andere kolonie!’

De boot was naast het bootje van Kokkie en Droid gaan liggen. Een groot konijn klom langs een touwladder naar beneden en stapte in het schommelende vaartuigje.

Kokkie bleef zitten, maar stak wel haar hand uit.

‘Ik ben Kokkie, kokkin van koning Langhaar uit Ur. Er dreigt gevaar en ik ben op weg naar Jacques om hem te waarschuwen.’

Het konijn begon bulderend te lachen. ‘Er dreigt gevaar? Van wie? Van Jim soms?’

Kokkie keek hem boos aan. ‘Jim is gearresteerd, die vormt geen gevaar meer. Het verhaal is te lang om zo maar even te vertellen. De situatie is behoorlijk ernstig en ik moet Jacques spreken.’

‘Eerst zullen we er achter moeten komen, of u inderdaad de kokkin van koning Langhaar bent’, zei het konijn. ‘Vooralsnog arresteren wij u, wegens diefstal van deze roeiboot.’

‘Maar dat is belachelijk!’, riep Kokkie uit. ‘Ik heb de boot niet gestolen! Het bootje was de enige manier om het water over te steken. Bovendien stond er nergens een bordje dat ik de boot niet mocht gebruiken en ik was heus van plan om het weer terug te geven hoor!’

‘Dat kan zijn,’ zei het konijn, ‘maar eerst gaan we ons best doen, om er achter te komen of u de waarheid spreekt. Ik maak het roeibootje aan onze boot vast en dan slepen we u naar Smur. Tot straks.’

‘Je hoeft in ieder geval niet meer te roeien, Kokkie,’ zei Droid. ‘Fijn hè!’

Kokkie zei niets. Ze keek boos voor zich uit.

_______

De grote boot stopte bij een steiger, waar met grote letters “Politie” op geschreven stond. Het konijn maakte allebei de boten vast en hielp Kokkie aan wal.

‘En ik dan!’, riep Droid.

‘Kunt u mijn robotje uit de boot tillen?’, vroeg Kokkie beleefd.

‘Jawel, maar u krijgt hem pas na het verhoor weer terug’, antwoordde het konijn.

Kokkie zuchtte. ‘Oké, maar wees wel voorzichtig met hem.’

Het konijn tilde Droid uit het bootje en pakte Kokkies rugzak. Er was inmiddels nog een konijn aan komen lopen.

‘Hallo agent, wie is deze dame?’, vroeg hij.

‘Ze zegt, dat ze Kokkie heet’, antwoordde de agent. ‘Ze wil Jacques spreken.’

‘Dan zullen we haar eerst moeten verhoren. Loopt u met mij mee, mevrouw? Het spijt me dat we u op deze manier moeten ontvangen, maar sinds het bezoek van Jim en Greg, zijn we erg voorzichtig geworden.’

_______

Kokkie keek om zich heen. Ze zat in een gezellig kantoortje en dronk van het kopje worteltjesthee, dat ze haar hadden gegeven. Ze leunde achterover in de zachte stoel en sloot haar ogen. ‘Hopelijk is alles goed met Droid’, dacht ze. Het robotje had heftig geschud, toen ze werd meegenomen. ‘Kokkie!’, had het gebruld, ‘Waar nemen ze je mee naar toe? Straks raak ik je kwijt en dan kan ik je nooit meer vinden!’

‘Alles komt goed Droid, maak je maar geen zorgen!’, had ze teruggeroepen. Maar eigenlijk was ze daar niet zo zeker van. Hoe moest ze aantonen wie ze was? Kon ze Jacques nu maar spreken. Hij zou haar wel herkennen. Ze hoorde ergens een deur dichtslaan. Er klonken voetstappen in de gang en ze kwamen dichterbij. De deur ging open en het konijn dat haar naar het kantoortje had gebracht, kwam binnen.

Hij stak zijn hand uit naar Kokkie. ‘Ik ben Bernard’, zei hij. Kokkie schudde zijn hand. ‘Ik ben Kokkie.’

‘Was de worteltjesthee lekker?’

Kokkie knikte. ‘De thee was heel erg lekker, maar ik ben niet naar Smur gereisd om thee te drinken. Ik moet Jacques spreken. Er dreigt gevaar.’

Kokkie begon te vertellen. Bernard luisterde aandachtig.

‘Ik geloof u’, zei hij, toen Kokkie klaar was met vertellen. ‘Er is alleen één probleem. Jacques is er niet. Hij is op expeditie en dat kan nog wel een paar weken duren. Ik kan u naar zijn vrouw brengen. Zij is de enige, die weet waar hij is.’

‘Doe maar’, zei Kokkie. ‘En ik wil ook graag mijn robotje en mijn rugzak terug.’

‘Vanzelfsprekend’, zei Bernard.

Even later kwam hij terug met Droid en de rugzak. Droid was buiten zichzelf van vreugde en deed iets, dat op een dansje leek. Kokkie glimlachte naar hem.

‘Kom Droid’, zei ze. ‘We gaan op bezoek bij de koningin!’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s